banier
lijntje
lijntje
back
Bleke Zeefwesp Crabro scutellatus

De leden van het geslacht Crabro noemen we in het Nederlands zeefwespen. Ze zijn zwart met geel en lijken in die zin veel op andere graafwespen. Toch is er een groot verschil: kijk eens naar de verdikte voorpoten. Waar deze verdikkingen goed voor zijn weet men nog niet. Vermoedelijk spelen ze een rol in het liefdesleven. Alle zeefwespen hebben een dergelijke verdikking, althans de mannetjes. Bij ons komen drie soorten voor, waarvan de mannetjes zich op het oog vaak wel laten benoemen. De grote zeefwesp is groter dan de andere soorten (meestal 10 tot 16mm lang). Hij heeft gele vlekken op het borststuk. De kleine zeefwesp is meestal duidelijk kleiner (rond de 10mm lang), hij heeft meestal nog meer geel op het borststuk. De bleke zeefwesp is ongeveer even groot als de kleine, maar zijn borststuk is meestal geheel zwart, zonder gele vlekken dus. Alle zeefwespen houden van zandbodems. De bleke zeefwesp is uitsluitend op zandgrond te vinden. De kleine zeefwesp kan zich ook schikken in droge leem of klei en is in bijna heel Nederland te vinden. De grote zeefwesp komt ook wel in stedelijke gebieden voor.

De bleke zeefwesp houdt van droge, zanderige biotopen en maakt haar nest graag in (flauwe) hellingen. De gang is opmerkelijk lang en mondt meestal slechts in een paar cellen uit. In elke cel worden tot 20 prooien gestopt. Dit zijn meestal langpootvliegen (familie Dolichopodidae). Een dambordvlieg uit het geslacht Sphecapata treedt regelmatig op als parasiet.

De bleke zeefwesp vliegt van eind mei of begin juni tot eind september, zelden eind oktober. Door zijn gebondenheid aan zandgrond is deze soort in grote delen van Nederland algemeen, inclusief de duinen. Alleen in de kleigebieden van Zeeland, Noord- en Zuid-Holland, Friesland en Groningen en in het rivierengebied schaars tot ontbrekend.