banier
lijntje
lijntje
back
Ectemnius continuus

Het geslacht Ectemnius wordt tegenwoordig in het Nederlands aangeduid als blokhoofdwespen. Vroeger werd de naam vliegendoders ook wel gebruikt. Het zijn redelijk grote wespen met de typische kleuren zwart en geel. Alle blokhoofdwespen graven hun nestje in dood, vermolmd hout en niet in de grond. De meeste soorten wonen in de gematigde klimaatzones en bij ons komen 11 soorten voor. Van alle soorten is Ectemnius continuus in vrijwel geheel Europa de gewoonste soort. Vrouwtjes zijn lastig te herkennen, mannetjes herken je aan een paar lange doorns aan de middentarsen. Mannetjes bereiken een lengte van 8 tot 12mm, vrouwtjes worden langer: 10 tot 15mm.

Ectemnius continuus is te zien van mei tot begin oktober. Het vrouwtje maakt haar nestje in dood hout. Ze zoekt daarvoor naar een dode boom, omgevallen stammen, oude dikkere takken of boomstronken. Er is een centrale gang die uiteindelijk in een aantal cellen uitmondt (maximaal 10). Elke cel bevat 6 tot 8 prooidieren. Ectemnius continuus is niet kieskeurig als het op prooidieren aankomt, want bijna alle grotere vliegen worden gevangen: vleesvliegen, huisvliegen, roofvliegen, viltvliegen, zweefvliegen enz.

Ectemnius continuus is een soort die in geheel BelgiŽ en grote delen van Nederland zeer gewoon is. Komt echter wat minder vaak voor in de kleigebieden van Groningen, Friesland en Noord- en Zuid-Holland. Wel weer zeer algemeen in de duinen en komt dan ook op alle Waddeneilanden voor. Omdat het vrouwtje haar nestjes ook maakt in palen en schuttingen, is deze soort ook in dorpen en grote steden heel gewoon.