banier
lijntje
lijntje
back
Leverkleurige Spanner (Euchoeca nebulata)

De Leverkleurige Spanner is gemakkelijk te herkennen aan de zand- of leverkleurige vleugels en het feit dat hij altijd met de vleugels volledig opgeklapt rust. Op de bruinige onderkant van de vleugels zijn vaag nog wat lijntjes te herkennen, maar voor de determinatie zijn deze niet nodig. Met een spanwijdte van 20 tot 23 mm zit er maar weinig variatie in de grootte van deze soort.

Na het overwinteren komen de eerste poppen begin mei uit. De eerste rupsjes verschijnen eind mei/begin juni. Ze zijn lichtgroen van kleur met op de rug meestal een brede donkere geblokte band. De eerste generatie groeit erg hard en verpopt al in juni om in juli/augustus de tweede generatie vlinders te leveren. De rupsen daarvan vinden we vanaf eind augustus. Zij groeien minder hard en kunnen tot in oktober gevonden worden. Heel erg groot worden ze niet, want de lengte is zelden meer dan 18 mm. Eind oktober verpoppen ze op of in (korst)mos op stammen en takken, maar ook wel in op de grond groeiend mos. Er zijn maar twee voedselplanten bekend: de els en de berk.

De Leverkleurige Spanner vliegt bij ons in twee generaties. De allereerste verschijnen begin mei en hij vliegt door tot diep in augustus. Vliegt geregeld overdag en is soms overdag zelfs fouragerend op bloemen aan te treffen, ook in tuinen en parken. Is bovendien gemakkelijk te verstoren van de rustplaats. Hij komt maar zeer beperkt op licht af. In Nederland en BelgiŽ een soort van wat vochtige bossen. Vrijwel overal aan te treffen, maar de aantallen zijn altijd maar erg klein.