banier
lijntje
lijntje
back
Hagendoornvlinder (Opisthograptis luteolata)

De Hagendoornvlinder heeft zijn tussen-n nog niet zo lang. In oudere boeken vind je hem dan ook onder de naam Hagedoornvlinder. Het is n van onze allermooiste spanners. Hij houdt zijn vleugels altijd heel iets opgericht en doet daarom sterk aan een dagvlinder denken. Met zijn heldergele kleur met enkele kastanjebruine vlekken kun je deze vlinder met geen enkele andere soort verwarren. Spanwijdte 28 tot 44 mm. Het vrouwtje is groter dan het mannetje en de vlinders van de eerste generatie zijn groter dan die van volgende generaties.

De rups van de Hagendoornvlinder is grijsachtig bruin tot roodachtig bruin, zelden groenachtig. Op segment nummer zes zit een opvallend grote, dubbelgepunte bult. Hoewel je hem meteen als rups van een spanner herkent, heeft hij wl drie paar buikpoten, uniek onder de spanners die normaal maar twee paar hebben. De kop is lichtbruin met een donkerbruine tekening. De rups wordt zo'n 33 mm lang. De rupsen van de laatste generatie verpoppen in de herfst in een uitzonderlijk dikke cocon op de grond. Ook wordt de cocon wel aan een stevige draad opgehangen vlak boven de grond, in een boomspleet gevestigd of in een scheur in een muur of schutting. De meeste overwinteren op die manier, maar soms overwinteren halfwas rupsen ook als zodanig. Hoewel de rups op diverse loofbomen en struiken is te vinden, zijn appelbomen, meidoorns en sleedoorns favoriet.

De vliegtijd van de Hagendoornvlinder is behoorlijk lang. In april verschijnen de eerste en hij kan doorvliegen tot in augustus, heel soms zelfs oktober. Hij vliegt in 2 of 3 generaties per jaar. Begint al heel vroeg in de avondschemering te vliegen. Komt gemakkelijk op licht af en wordt 's avonds veel bij ramen of de buitenverlichting gezien. Voor de fotograaf een gemakkelijke soort, want hij vliegt overdag niet zo gauw weg en laat zich zelfs hanteren, al geldt dat niet voor alle exemplaren. De Hagendoornvlinder vinden we veel in tuinen, parken en kleinschalige landschappen, maar ook wel op de hei. Heeft een voorkeur voor zandgrond, maar kan in het gehele land worden gevonden. Ook in de rest van Europa een zeer gewone soort.