banner
Line
Gardensafari Search


[Alle foto's hier zijn thumbnails. Klik op een thumbnail om de foto's in groter formaat te tonen.]

Inleiding spinachtigen

Zeer veel dank aan Bryan Goethals(B), Aloys Staudt (D), Jürgen Peters (D), Guido Bonami(B), Gerard Brady (GB), GT Rice (USA), Lidy en André de Laet-Smet (B), Laura en Kurt Stueber (D) voor het helpen bij de determinatie van de diverse soorten.

Omdat hij veel te groot werd is deze pagina sinds november 2004 gesplitst. Dit is alleen nog een pagina met een inleiding tot de spinachtigen. Zoek je een bepaalde soort of familie, maak dan je keuze op de balk hierboven, gebruik de zoekmachine onderaan deze pagina, of kies hier:

1 Huisspinnen, 2 Tuinspinnen, 3 Mijten en teken, 4 Hooiwagens, 5 Pseudoschorpioenen.

Alle kleinere beestjes met 6 pootjes worden tot de insecten gerekend, alle kleinere beestjes met 8 pootjes gooien we meestal voor het gemak op één hoop als zijnde spinachtigen. Maar spinachtigen hebben helemaal niet zo veel met elkaar gemeen. Maar in de praktijk werkt dit wel zo gemakkelijk. Tot de spinachtigen behoren zeer bekende dieren, zoals de spinnen zelf, de hooiwagens, de schorpioenen en de teken. Spinnen hebben een lichaam dat uit drie delen is opgebouwd, net als het lichaam van de insecten: kop, borststuk en achterlijf. Kop en borststuk echter zijn met elkaar vergroeid tot slechts één zichtbaar lichaamsdeel, cephalothorax genaamd. Een teek bestaat uit twee delen: kop en achterlijf. Hooiwagens bestaan in hun geheel uit één stuk. Hieruit kun je al afleiden dat de dieren helemaal niet zo nauw verwant zijn als de algemene invalshoek doet vermoeden. En zelfs die 8 pootjes zijn er niet altijd. De mijten worden met maar drie paar poten geboren. Het vierde paar komt er pas na de eerste vervelling bij. In Nederland komen heel veel soorten spinnen voor. Ook mijtensoorten zijn er veel, al tref je ze maar zelden aan, omdat ze allemaal parasitair leven op vogels en zoogdieren, maar ook wel op insecten. Het aantal soorten hooiwagens is veel geringer. En van de pseudoschorpioenen komen bij ons maar zo'n 15 soorten voor. Veel spinnen en hooiwagens zijn redelijk groot, mijten en vooral pseudoschorpioenen zijn erg klein, tot voor het blote oog zelfs onzichtbaar.

De Gewone Huisspin, links, is met een lengte van 18 mm en lange poten een echte reus. Mijten, zoals hier op een hommel, bereiken vaak een lengte van nog geen millimeter.

Spinnen behoren net als de insecten en vele andere dieren tot de grote groep van de geleedpotigen. Veel mensen denken dan ook dat spinnen insecten zijn, maar dat is niet juist. Spinnen hebben acht poten, insecten maar zes. Spinnen hebben 6 tot 8 'gewone' ogen, insecten hebben twee facetogen. Ondanks het feit dat ze maar klein zijn, zijn spinnen meer verwant aan krabben en schorpioenen dan aan insecten. Veel, maar niet alle, spinnen kunnen "spinnen", dat wil zeggen draden maken. Sommige wikkelen daar hun eitjes en jongen in (we noemen zo'n spinsel een cocon), andere maken fraaie constructies om andere dieren te vangen (en zo'n conctructie noemen we dan een web). Linksonder een hele verzameling harde insectendelen (antennes, huiden, vleugels enz.) die een spin niet kan opeten en dus kwijt moet. Vooral onder het web van de trilspinnen is vaak zo'n hele verzameling aan te treffen.

Links: spinnen zijn erg mooi, maar ook een beetje eng. Rechts: insectenkerkhof onder het web van waarschijnlijk een trilspin.

Spinnen zijn lastig op naam te brengen. Veel zijn ongetekend en van de getekende dieren is de tekening of gelijk aan die van andere soorten, of sterk variabel. Ook de kleur zegt niet veel. Onvolwassen dieren kunnen afwijken van de standaardkleur van de volwassenen en veel spinnen kunnen in meerdere kleuren voorkomen, zoals de Kameleonspin en de Kruisspin. Vrouwtjes echter worden door kenners op naam gebracht van de epigyne, het uitwendige deel van het vrouwelijke geslachtsorgaan. Soms moet er een microscoop aan te pas komen om dat onderdeeltje te zien, maar soms ook is het zelfs met het blote oog waar te nemen, zoals bij de wielwebspinnen. Nu zit dat orgaantje op een wat wonderlijke plek. Je zou het namelijk verwachten aan de achterkant van het lichaam, immers daar zitten bij de meeste insecten de geslachtsorganen. Maar bij vrouwelijke spinnen zit het ongeveer in het midden van het lichaam, vlak na de poten. De uitsteeksels aan de achterkant van het lichaam zijn de spintepels, de orgaantjes waarmee de spin haar draad produceert.

Links de spintepels achteraan het lichaam, rechts de epigyne, vlak na de voorpoten. Beide in dit geval van de Kruisspin.

Heel veel mensen zijn bang voor spinnen. Toch is dat niet terecht. Er zijn maar een paar soorten die mensen kunnen bijten en dan nog alleen als ze in het nauw gebracht zijn. Wel is het zo dat wondjes veroorzaakt door een spinnenbeet vaak heel erg slecht genezen. In zo'n geval is een bezoek aan de dokter niet onverstandig. Maar verreweg de meeste spinnen kunnen met hun kaakjes de menselijke huid helemaal niet doorboren. Bovendien zijn spinnen heel erg nuttig, omdat ze de insectenstand in toom houden. Zonder spinnen zou het buiten de deur niet te harden zijn door muggen, vliegen en wespen bijvoorbeeld. Ook onder de mijten vinden we veel nuttige dieren. Nogal wat soorten maken jacht op bladluizen en dergelijke. Er zijn echter ook lastige soorten, zoals mijten die bijenvolken aantasten. De imker is daar allesbehalve blij mee. Pseudoschorpioenen zijn te klein om lastig te zijn en bovendien allemaal jagers. Ook alle hooiwagens zijn jagers. Sommige zijn zelfs bruikbaar in de biologische landbouw als ongedierteverdelgers.

Zowel de kleine pseudoschorpioentjes, links, als de veel grotere hooiwagens, rechts, zijn geduchte jagers.



top of page
Gardensafari Search
button nikon fa See also my photography pages at:
Hania's Photo Gallery
        © Copyright 1998-2010 www.gardensafari.net (Hania Berdys)