banier
lijntje
lijntje
back
Groene Eikenbladroller (Tortrix viridana)

De groene eikenbladroller is in ons gedeelte van Europa de enige geheel groene bladroller. Hij is dan ook gemakkelijk te herkennen: alles achter de kop is lichtgroen. Kop, antennes en pootjes zijn beigebruin en de achtervleugels zijn vaagbruin, zoals bij de meeste bladrollertjes. De spanwijdte varieert enorm en ligt ergens tussen 16 en 24 mm. Hij is alleen te verwarren met de Kleine Groenuil, maar deze heeft een lichte vleugelrand en bovendien witte en geen grijsbruine achtervleugels. En hoewel de kleine uiltjes vaak erg veel kunnen lijken op bladrollertjes is de vleugel geheel anders gevormd.

De groene eikenbladroller legt 's zomers haar eitjes in de bast van een boom of een tak, vlak bij een bladknop, meestal in de bovenste helft van de boom. De eitjes worden in paartjes gelegd en komen pas na de overwintering uit in maart of april. Jonge larven boren zich in net uitkomende bladknoppen en eten die op. Later rolt de rups een blaadje op, of vouwt dat op en eet dat. De rupsen zijn zeer vraatzuchtig en groeien erg snel. Al eind april/begin mei verpoppen de eerste om slechts twee tot drie weken later de volwassen vlinders te leveren. De jonge larven zijn grijsbruin en meestal tamelijk ongetekend. Vanaf de derde instar zijn de larven bruinig groen en hebben verspreid zwarte stippeltjes op de rug. De kop is bruinig zwart en later geheel zwart. Lengte der rupsen ongeveer 12 mm. Hoewel wordt gezegd dat de oudere rupsen naar andere boomsoorten kunnen overstappen, wordt de groene eikenbladroller bij ons vrijwel uitsluitend op eik aangetroffen. Daarbij kan het vlindertje zů massaal optreden dat bomen zoms geheel worden kaalgevreten.

De groene eikenbladroller vliegt bij ons in ťťn generatie van half mei tot begin augustus. In Noord-Europa (delen van SkandinaviŽ en SiberiŽ) wordt soms tweemaal overwinterd. In het Midden-Oosten en op Cyprus daarentegen ontwikkelen zich twee generaties per jaar. De vlinders vliegen uitsluitend in de nacht, maar worden overdag wel eens rustend op bladeren gevonden. Komt beperkt op licht af. De volwassen vlinders worden niet veel ouder dan een dag of vijf. In de hele Benelux een zeer gewone soort daar waar eik groeit. Vooral in de duinen moet men hem niet verwarren met de gelijktijdig vliegende Kleine Groenuil, die ook behoorlijk massaal kan optreden. Ook elders in Europa vaak erg massaal aanwezig. Het verspreidingsgebied omvat naast Europa ook Noord-Afrika, het Midden-Oosten en West-AziŽ (Iran, Kazachstan).

De schrijfwijze groene eikebladroller kom je ook nog vaak tegen.